De riad staat aan Derb Sidi Bou Amar, een steegje in de wijk Riad Laarouss, in het noorden van de medina. Jemaa el-Fna is tien minuten lopen, de souks iets minder. De derb zelf blijft stil: er kan geen auto komen, en dat is precies de bedoeling.
Een gerestaureerde paleistuin aan de Rue Mouassine, zo’n 700 m verderop — het dichtstbijzijnde stukje groen.
Het mooiste gesneden cederhout en zellige van de stad, een klein stukje lopen naar het noordoosten.
Een paleis van een pasja, nu museum, met het bekendste koffiehuis van de stad op de binnenplaats.
Een beschilderde ontvangstkamer, verstopt boven de Mouassine-fontein, ongeveer 900 m.
Je staat er al aan het begin — de ververs, koperslagers en tapijthandelaren lopen vanaf hier naar het zuiden.
Het grote plein, tien minuten naar beneden door de souks, met de Koutoubia er vlak achter.
Alles hierboven is een wandeling. Hiervoor kun je beter een ochtend of een middag uittrekken — de afstanden zijn hemelsbreed, dus te voet door de medina duurt het langer.
Ongeveer 1,7 km, buiten de muren in Guéliz, en naast elkaar — één uitstapje, geen twee. Boek de tuin vooraf; de rij is het enige lastige eraan.
Allemaal een paar honderd meter van elkaar in het zuiden van de medina, 2,4–2,5 km hiervandaan. Die drie combineer je logischerwijs.
Het museum van Marokkaans weefwerk en ambacht, ongeveer 1,9 km, en een logische stop op weg naar of van de paleizen.

Een ochtend met iemand die weet achter welke deuren de werkplaatsen zitten — het steegje van de ververs, de koperslagers, de mannen die nog met de hand wol kaarden. De souks beginnen aan het eind van onze derb, dus de wandeling begint bij de deur.

De bergen liggen een uur van de stad en het is er zo’n vijftien graden koeler. Een dag tussen de Berberdorpen van de Ourika- of Imlil-vallei, zoveel of zo weinig lopen als je wilt, en lunch aan het water.

Geen zand maar steenwoestijn, een uur van de poorten, en leeg in alle richtingen. Ga laat, blijf eten, en kom terug als de sterren er zijn.